Soorten Zijden

4-5000 jaar voor Chr. werd in China al zijde gesponnen en geweefd tot kleding en stoffen. China heeft het productieproces heel lang geheim gehouden. In de Romeinse tijd was zijde letterlijk haar gewicht in goud waard. De kostbare zijde werd eerst over land en later over zee geëxporteerd (19e eeuw: de zijderoute).

In de 6e eeuw begon de zijdeteelt zich ook in India en Japan te ontwikkelen. De kweekrups Bombyx Mori geeft de beste kwaliteit zijde (natuurzijde). Dit beestje voedt zich met de bladeren van de moerbeiboom.

 

De kwaliteit van de zijde wordt bepaald door de weersomstandigheden. Hete, vochtige lucht geeft een slechte kwaliteit zijde en droge, minder warme lucht geeft goede zijde. Natuurlijke zijde heeft een luxueuze uitstraling. Je kunt er de prachtigste kleding en accessoires van maken. Er zijn verschillende soorten zijde, want er bestaan verschillende soorten zijderupsen. De zijde is meestal best duur. Zijde is een natuurlijke eiwitsubstantie die wordt afgescheiden door oa de zijderups en stolt bij contact met de lucht. De draden van het web van een spin zijn ook van een eiwitsubstantie. Zijdedraad lijkt op wol, maar is veel fijner en gladder.

Het zijdedraad is het meest fijne van alle natuurlijke vezels.

Mm/Momme: gewicht van zijde. Hoe hoger de waarde, hoe zwaarder de zijde. Zijde met een momme waarde van bv 22 is geschikt voor het maken van een herenkostuum. Voor beddegoed moet de mm waarde tussen de 12-19 zitten. Kleding heeft meestal de waarde tussen 8-12.

 

Chiffon:  dit is de lichtste soort zijde en is doorzichtig en soepel.
Habotai/Pongé: dit is een licht, dun en effen geweven materiaal en is niet doorzichtig.
Crêpe de Chine: sommige vezels worden met de klok mee gedraaid en andere tegen de klok in. Het geheel wordt glad geweven met een kiezelsteenachtige look (satijnzijde met een matte uitstraling)
Ruwe zijde: alle zijdes waarbij de natuurlijke gom (sericine) die de vezels beschermt, niet verwijderd wordt. Het lijkt vaak op tweed, is ook zacht, maar stijver dan andere soorten zijde.
Doupion: steviger zijde met een onregelmatig uiterlijk, vaak verkrijgbaar in tweekleurige weefsels.
Satijnzijde: speciale techniek van weven waardoor de bovenkant er glanzend uitziet, en de onderkant dof.
Zijde jacquard: speciale weeftechniek waardoor er motieven in het weefsel ontstaan.
Zijdejersey: zijde die gebreid is en daardoor stretch heeft.
Zijde rib jersey: gebreide zijde met afwisselend op en neer effect, waardoor ribbels ontstaan.
Bourettezijde: deze glanst nauwelijks en voelt ruw aan.
Crepe georgette: veel gebruikt voor feestjurken. zware korrelige en transparante stof.
Crêpe satijn: geweven stof met aan één kant een crepe binding en aan de andere kant een satijnbinding. Ziet er glad en glanzend uit.
Organza: doorzichtig stijf aanvoelend zijden weefsel
Shantung: platte binding, onregelmatig oppervlak. natuurlijke subtiele glans, handgeweven. 
Tafzijde: fijne gladde en stevige stof, effen binding.
Twill:Tussahzijde/wilde zijde (dus niet van de bombyx mori) is afkomstig van wilde zijderupsen die reeds als vlinder zijn uitgevlogen. Deze zijde is doffer dan natuurzijde en laat zich minder gemakkelijk verven.
Fluweelzijde: is soepeler dan fluweel van katoen. Valt sluik.

logo ideallogo mrcashlogo sofortlogo paypallogo creditcard
Postnl
Gratis verzending vanaf €20